Test 21

1.
Tijdens een aanhouding voor het niet in het bezit zijn van een geldig vervoerbewijs en het niet ter inzage tonen van een identiteitsbewijs, krijgt een Boa OV van de verdachte een harde kopstoot. De Boa OV loopt hierbij een bloedneus en een zwelling op zijn voorhoofd op.

Welk misdrijf is hier van toepassing?